
Waarnemingen van de klokjesdwergspanner zijn gedaan tussen 6 mei en 7 augustus,
maar het eerste gedeelte van juli lijkt de beste tijd voor de vlinders.
Er wordt in één generatie gevlogen.
Gezien de verspreiding van de voedselplant (klokjessoorten,
in ons land alleen ruig klokje) is de vlinder alleen
in Zuid-Limburg te verwachten en mogelijk ook in de Achterhoek.
Met de tegenwoordige aanplant van Campanula-soorten in veel tuinen
kan echter geen enkele plaats meer worden uitgesloten.

De vlinder lijkt op de eppedwergspanner maar is wel groter.
De voorvleugels wat langgerekter dan bij de eppedwergspanner.
De voorrand van de voorvleugels is zonder duidelijke markeringen
en dat is misschien het enige onderscheid met andere soorten.
De vleugeltekening is zeer variabel, van volstrekt ongetekend
(op de stigmavlek na) tot getekend met witte golflijn en zwarte aderlijntjes
en vaak nog een lichte dwarsband tussen golflijn en stigmavlek.
Dat maakt deze soort tot één van de moeilijkst determineerbare soorten
en genitaalonderzoek is daarom aan te raden.
De naam denotata komt van denoto, brandmerken.
Dat slaat op de stigmavlek op de voorvleugel.
De vliegtijd valt samen met de bloeitijd van de waardplant.
De vlinder wordt bijna niet gezien en komt nauwelijks op licht.

De rupsen zijn met succes te vinden als er meer dan 10 waardplanten bij elkaar staan.
Bovendien zijn ze bijna nooit geparasiteerd.
Ze zitten in de bloemen en vruchtbeginsels
en zijn het beste te vinden tussen 5 en 20 september.
Ze zijn variabel in tekening en kleur en zeer goed gecamoufleerd
tussen zaden en verwelkende bloemen.
E. absinthiata (egale dwergspanner), E. goossensiata (struikheidedwergspanner),
E. assimilata (hopdwergspanner), E. expallidata (kruiskruiddwergspanner)
en E. denotata (klokjesdwergspanner)
worden samen aangeduid als het absinthiata-complex.
Terug naar: