Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Hopdwergspanner

Eupithecia assimilata
Spanners

De hopdwergspanner vliegt van begin april tot begin september
en hierbij zijn er twee generaties.
Vanwege de voedselplanten van de rups is hij gebonden aan voedselrijke
en vochtige gronden, vaak zelfs elzebroekbossen.
Vermoedelijk is de soort in heel Nederland aan te treffen,
mits de voedselplanten er groeien.

De rupsen leven namelijk op hop en op zwarte bes en dan vooral
op de vrouwelijke planten, maar nooit in grote aantallen.
De rups is te vinden van juli tot september.

Met een spanwijdte van 17 – 22 mm is de vlinder vrij klein.
De franje van voor- en achtervleugel is geblokt,
de voorvleugel heeft een duidelijke grote witte 'V' in de tornus.
De grondkleur is roodbruin-grijsbruin en de voorvleugeltop is rond van vorm.
De vlinder in rust imiteert een uitstekend takje:
de vleugels plat op de ondergrond en achterlijf omhoog.

De naam assimilata komt van assimilis, gelijkend (op vele andere dwergspanners).
E. absinthiata (egale dwergspanner), E. goossensiata (struikheidedwergspanner),
E. assimilata (hopdwergspanner), E. expallidata (kruiskruiddwergspanner)
en E. denotata (klokjesdwergspanner) worden samen aangeduid als het absinthiata-complex.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen