
De eppedwergspanner komt lokaal en zeer verspreid
in de oostelijke helft van ons land voor.
Veldwaarnemingen betreffen meestal enkele exemplaren.
De vlinder vliegt in één generatie van half mei tot begin augustus.
De soort is moeilijk op naam te brengen.
Hij doet nog het meest denken aan een klein uitgevoerde
egale dwergspanner zonder witte tornusvlek.
De voorvleugels hebben een ronde punt.
Er is een duidelijke maar niet grote stigmavlek.
De grondkleur is roodachtig bruingrijs,
ongeveer zoals bij struikheidedwergspanner.
Eén van de weinige kenmerken is een flauw zichtbare
lichtere dwarsband die gebogen aan de buitenkant om de stigmavlek loopt.
Ook de drievlekdwergspanner is een gelijkende soort.
De rups voedt zich met bloemen en vruchten van een aantal schermbloemigen
zoals engelwortel, berenklauw en grote watereppe.
In Nederland zou de rups echter vooral op watertorkruid zitten
en dit zou dan zijn lokale voorkomen verklaren.
Het is moeilijk om rupsen te vinden.
De beste tijd is tussen 15 augustus en 20 september.
Het rupsje is klein en groen en leeft in of bij de bloeiwijze
van de waardplant.
Terug naar: