
De hoofdvliegtijd van de egale dwergspanner is van eind juni tot half augustus.
Hij kan echter al in april aangetroffen worden
en doorvliegen tot in september.
Jaarlijks is er één generatie.
Het is een behoorlijk algemene soort en kan vaak talrijk zijn.
Hij komt in het hele land voor.
De vlinder is vrij groot met een spanwijdte tot 23 mm.
De vleugels zijn vrijwel ongetekend.
De grondkleur is roodbruin-kaneelbruin met een kleine witte tornusvlek.
De franje is niet of nauwelijks geblokt.
De egale dwergspanner is schemer- en nachtactief,
wordt aangetrokken door licht en bezoekt bloemen.
De rupsen zijn polyfaag op diverse kruiden, vooral op composieten
zoals duizendblad, bijvoet, leverkruid, jacobskruiskruid en guldenroede.
De naam absinthiata verwijst naar Artemisia absinthium,
één van de waardplanten.
De rupsen zijn 'kanibalistisch' ingesteld (moordrupsen),
vooral verse poppen zijn doelwit.
Rupsen worden in ons land vooral
vanaf september tot oktober gevonden.
E. absinthiata (egale dwergspanner), E. goossensiata (struikheidedwergspanner),
E. assimilata (hopdwergspanner), E. expallidata (kruiskruiddwergspanner)
en E. denotata (klokjesdwergspanner)
worden samen aangeduid als het absinthiata-complex.
Terug naar: