
Voor zover bekend ligt de vliegtijd tussen eind juni
en eind augustus waarbij er in één generatie gevlogen wordt.
Met zekerheid komt de vlinder voor in Zuid-Limburg.
Alle waarnemingen van andere plaatsen dienen eerst
nader onderzocht te worden want verwarring
met b.v. de egale dwergspanner vindt zeer makkelijk plaats.
De vlinder is voor een dwergspanner groot
tot zeer groot met een spanwijdte tot 24 mm.
De grondkleur is vaal grijs-bruin.
De franje van voor- en achtervleugel is zwak geblokt
en de voorrand heeft 3-4 opvallende zwarte vlekken.
De stigmavlek is groot maar de tornusvlek
is nauwelijks zichtbaar of afwezig.
De kruiskruiddwergspanner is schemer- en nachtactief en bezoekt bloemen.
De naam expallidata betekent bleek
(de vlinder is iets lichter dan gelijkende soorten).
De eiafzetting vindt vlakbij bloem of knop van de waardplant plaats.
De groenachtige rupsen leven voornamelijk op kruiskruid
en guldenroede en ze zijn goed herkenbaar door hun grootte en uiterlijk.
De punt van het driehoekspatroon op de rug is naar achteren gericht.
Het rupsje is heel moeilijk te vinden want hij zit vaak
verscholen tussen de zaden van de waardplant.
De rupsen worden overigens zeer intensief
door sluipwespen geparasiteerd.
E. absinthiata (egale dwergspanner), E. goossensiata (struikheidedwergspanner),
E. assimilata (hopdwergspanner), E. expallidata (kruiskruiddwergspanner)
en E. denotata (klokjesdwergspanner)
worden samen aangeduid als het absinthiata-complex.
Terug naar: