
De struikheidedwergspanner vliegt tussen 15 mei en 10 september.
Vroege dieren zijn zeldzaam en er wordt gevlogen in één generatie.
De vlinder wordt in vrijwel heel Nederland gevonden,
maar vooral in heidegebieden, wat natuurlijk niet verwonderlijk is.
Deze vrij kleine vlinder heeft een niet of nauwelijks geblokte franje
en de voorvleugels worden doorkruist door diverse dwarslijntjes.
De grondkleur is bruingrijs tot grijs en de aderen
zijn vaak duidelijk zwart-wit gestippeld.
De struikheidedwergspanner is nachtactief, komt op licht en bezoekt bloemen.
Door sommigen wordt de vlinder beschouwd als een vorm van de egale dwergspanner.
Beide soorten zijn echter goed van elkaar te onderscheiden
en ook de levenswijze verschilt.
De belangrijkste voedselplant is struikheide,
maar de rups is ook op meerdere andere planten te vinden,
zoals bijvoet, leverkruid, guldenroede e.a.(lage) planten.
Hij leeft van half september tot eind oktober.
De jonge rups heeft nagenoeg geen tekening en is witachtig van kleur.
De pop overwintert.
E. absinthiata (egale dwergspanner), E. goossensiata (struikheidedwergspanner),
E. assimilata (hopdwergspanner), E. expallidata (kruiskruiddwergspanner)
en E. denotata (klokjesdwergspanner)
worden samen aangeduid als het absinthiata-complex.
Terug naar: