|
![]() |
![]() |
![]() |
Meer zuidwaarts ligt nog een aantal interessante tempels, waarvan ik de
Uku
Bahal de aardigste vind. Hij blinkt uit door een collectie van beelden uit hout,
steen, ijzer en andere metalen: garuda's, leeuwen, olifanten, pauwen,
koningen, veldheren, hele en halve goden, te veel om op te noemen. Verder nog
enkele tempels die een bezoek waard blijken te zijn: de Bischwakarma
Tempel,
gelegen op een groot, open terrein waar kinderen ravotten (de jongetjes) of
touwtjespringen (de meiskes). Op het voorplein liggen vele vierkante meters
kleurig textiel te drogen. De Haku Bahal die gekenmerkt wordt door een zwaar
met struiken en mos overwoekerd klooster. De Minarath Tempel met een enorm Tibetaans
gebedswiel dat omsloten is door een traliewerk om antiekrovers te weren. Van
de stoepa's zijn alleen de noordelijke en westelijke witgesaust en in goede
staat. De oostelijke is een ruïne, terwijl de grootste in het zuiden helemaal
begroeid is met gras. Een kilometer verder ligt een permanent Tibetaans vluchtelingenkamp
dat ik niet bezoek.

Ik ga verder mijn tempeltoer en beland in de koperslagerwijk waar voortdurend
het metalige geklop van de ambachtslieden te horen is. Ze hebben er een tempeltje
gebouwd waarvan de gevel uit koper, messing en hout is uitgevoerd. Het ziet
er letterlijk schitterend uit. In die buurt moet ik op een gegeven moment plaats
maken voor een voorbijtrekkende stoet uitgelaten feestvierders. Een auto met
bruidspaar komt langzaam voorbijgereden, toegejuicht door de wijkbewoners. Nou
ja, hier blijkt weer eens te meer uit dat het leven in deze volksbuurt gewoon
zijn gangetje gaat. Even later beland ik voor de tweede keer in een omgeving
waar de stad langzaam over gaat in platteland. Er wordt hier chaotisch gebouwd,
precies zoals het uitkomt. Niet genoeg geld of materiaal? Geen nood, volgend
jaar zien we wel weer verder. Zo wekken alle gebouwen een incomplete indruk,
ook al is aan verrassende details zoals magnifiek houtsnijwerk veel aandacht
geschonken. De stoepen zijn hier met gras begroeid en er verschijnen bomen langs
de weg en in de volkstuinen. Het vee loopt er vrij rond op straat, alleen de
melkkoeien heeft men met een touw aan een paal vastgebonden. De bewoners wonen
er buiten de deur. Ik zie veel moeders die hun zuigelingen de borst geven, ze
generen zich niet voor mijn nieuwsgierige blikken. Een oude, demente bejaarde
krijgt van een van zijn kleinkinderen pap gevoerd. De kinderen spelen onbekommerd
hun spel: krijgertje, verstoppertje, knikkeren, hinkelen.
![]() |
![]() |
De allerkleinste zitten te kliederen in een soort zandbak. Op een wat bredere
straat wordt een merkwaardige hardloopwedstrijd gehouden. Een tiental meisjes
in de leeftijd van 7 tot 10 jaar rennen om het hardst met op hun rug de jongste
telg van het gezin gebonden, een soort paardjerijden dus. Enorm veel plezier
hebben die meiden! De nieuwste rage onder de jeugd van heel Nepal is een soort
voetbal behendigheidsspel. Met de binnenkant van de voet moet je een onregelmatig
gevormde prop van rubber of elastiek zo lang mogelijk hoog proberen te houden.
Ook meisjes doen fanatiek mee aan dit spelletje. Ik heb het ook geprobeerd, maar
meer dan vijf keer het balletje hoog houden lukte mij niet; het balletje is voor mij te onvoorspelbaar.
Veel
honden, weinig koeien op straatWaar mensen zijn, zijn ook honden. In Nepal heb ik er duizenden op straat gezien; doorgaans heerlijk soezend in het zonnetje, maar soms ook in afvalhopen scharrelend en elkaar bevechtend. Ze worden hier niet zo mishandeld als in India, maar je ziet ook maar zelden dat ze worden aangehaald. Hoogstens puppies worden door kinderen geaaid en geknuffeld. Voor de onbekende bezoeker zijn ze niet gevaarlijk. Alleen in de geïsoleerde dorpjes in de bergen worden het verscheurende monsters, want daar moeten ze huis en haard van het baasje beschermen. In dit gedeelte van Patan lopen geen heilige koeien rond. Zal dit komen omdat de bewoners van Patan voor het overgrote deel Boeddhistisch zijn? Buffels en yaks mogen er in ieder geval wel worden gegeten. Op de meeste spijskaarten tref je gerechten aan waar buffelvlees in verwerkt is. De "buffburger' is bij de jeugd heel populair. Ikzelf vind hem ook smakelijk. In de Tibetaanse momo's (gevulde deegbolletjes) wordt vaak buffelvlees verwerkt.
Ruzie om souvenirsOp de terugweg naar Durbar Square koop ik na wat afdingen enkele sets gebruikte munten van Nepal, Bhutan en Tibet. Bij de laatste serie zit zelfs een echte zilveren tussen, die is dan ook een stuk duurder. Eenmaal terug op het plein word ik weer de rijke toerist die zonder schroom belaagd kan worden door de straathandelaars. Ik zwicht uiteindelijk voor een beeldschone verkoopster, maar vergeet dat ik eerder op de dag een jong meisje van rond de twaalf ook al beloofd had iets van haar te kopen. Ze eist nu heel volwassen haar deel van de buit op. De twee (die moeder en dochter zouden kunnen zijn) krijgen hierover hooglopende ruzie. Na een tijdje grijp ik in met een Salomon's oordeel en koop ik van beiden wat spulletjes van zwaar bewerkte Tibetaanse stof. Zij tevreden en ik weer een paar piek lichter.
Met de taxichauffeur die me naar mijn hotel terug brengt
voer ik een interessant gesprek. Hij is voorstander van een klein gezin, hoogstens
twee kinderen. Ik vind dat een opmerkelijk standpunt voor een Nepalees, zeker
als blijkt dat hij twee dochtertjes heeft en dat genoeg vindt; hij hoeft niet
zo nodig ook nog een zoontje. Mensen die eeuwig
doorgaan om jongetjes te krijgen "denken verkeerd" tracht hij me duidelijk
te maken. We hebben tijd genoeg voor een lange conversatie, want we zitten vast
in het avondlijke spitsuur. De taxi mist een heilige koe op een haar na, waarop
hij me vertelt dat een collega van hem al twee jaar gevangen zit omdat hij een
dergelijk dier had doodgereden. Inderdaad, Nepal is een echte Hindoestaat! Bij
het uitstappen geeft de meter een behoorlijk hoog bedrag aan, twee keer zoveel
als voor de heenreis. Zal wel komen door al die opstoppingen.
![]() |
![]() |
Later op de avond breng ik een bezoekje aan het e-mail kantoortje, maar er
is nog steeds geen bericht van Clim binnengekomen. Het is niet zo koud als op
andere avonden, zodat ik een avondwandeling naar de drukke pleinen Thaiti Tole
en Asan Tole maak. Rondom een kleine stoepa staan en liggen straatkinderen zich
te amuseren, zo te zien zijn het kinderen van onaanraakbaren, ook al bestaat
die groep hier niet officieel. Als een klein jochie mij opmerkt komt hij aangesneld
om te bedelen. Als hij niks krijgt begint hij krijsend te zingen, terwijl hij
zijn vervuilde onderbuikje naar voren duwt en obscene gebaren maakt. De andere
kinderen komen om hem heen staan te joelen. Hij draait nog sneller met zijn
heupen en stoot geil met zijn bekken naar voren als ware hij een volleerde Chippendale.
Hij grijpt op een gegeven moment zelfs naar zijn kruis en ontbloot zijn piemeltje.
Dan houd ik het voor gezien en ga er vandoor. Hier wil ik niet bij betrokken
worden. Een hele tijd daarna loop ik nog
na te denken over dat beschamende tafereel. Ik vraag me af of er hier westerse
invloed in het spel is. Zouden er pedofiele toeristen kunnen zijn die hem tot
zo iets aangezet kunnen hebben? Of heeft hij op de televisie een stage act van
Michael Jackson gezien, een optreden dat hij aan het persifleren was? Ik kom
er niet uit.
![]()
Pagina's op deze Nepal - site:
|