|
|
|
Zoals gepland heb ik de eerste plaatskeuze, maar daarvoor moet ik een brutale Hollandse familie die wil voordringen eerst terugwijzen. We vertrekken te vroeg, heel opmerkelijk. Maar goed, iedereen is er, dus "Laot gaon dae wage... !". Je hoeft hier niet op binnenkomende vluchten te wachten, dat is zeker. Het vliegtuig is een Boeing (die fabriek maakt blijkbaar ook kleinere typen) en biedt plaats aan 20 personen. We krijgen een stopverfachtige sandwich, een lauwe cola en wat zuurtjes aangeboden. Het raampje biedt een groots uitzicht op de bergen met hun besneeuwde toppen. De foto's die ik er van maak vallen achteraf gezien toch wel wat tegen, hoewel het zicht goed genoeg is. Vanuit de lucht zie je pas goed hoe de mensen de bergen tot aan de toppen en zelfs tot in de steile afgronden bewerkt, voornamelijk in terrasbouw.
![]() |
Nog geen half uur later landen we soepeltjes in Kathmandu, de vlucht is niet
meer dan een kattensprong van een kleine 200 kilometer waarvoor je 120 gulden
moet neertellen. Als ik met een riksja naar de stad rij valt me, vergeleken
met Pokhara, onmiddellijk de grote luchtvervuiling van Kathmandu op. Ik krijg
na aankomst in mijn hotel een 'de?luxe'?kamer toegewezen, een groot verschil
met het eerste kamertje. De kamer is groter, ruimer, lichter. Er ligt geen parketvloer
in, maar een dik tapijt. Naast een douche heb ik ook nog een badkuip. En laten
we tenslotte de televisie niet vergeten. Die werkt ook nog, tenminste zo lang
de stroom niet uitvalt. De rest van de dag hang ik wat rond in de omgeving van
het hotel, alvast wat souvenirs bekijken en prijzen vergelijken.
MALLAWI KOMT OP DE KOFFIE |
| Mallawi is in Pokhara een van
mijn kamerjongens, ik heb er daar namelijk meerdere. Elke dag doet hij mijn
kamer aan de kant: hij maakt het bed op, poetst de badkamer, meer is er
eigenlijk niet te doen. 's Avonds komt hij me rond negen uur plichtsgetrouw
een grote pot thee brengen, altijd met melk erbij hoewel ik die er uitdrukkelijk
niet bij besteld heb.
Op de ochtend van mijn vertrek hoor ik tumult beneden in de tuin. Als ik het balkon opstap zie ik nog net een ziekenauto door de poort wegrijden. Zou een van de gasten een vreselijke tropische ziekte hebben opgelopen? Ik besluit te informeren bij de receptie als ik daar toch voorbij ga om de sleutel af te geven. Het blijkt geen gast , maar Mallawi te zijn geweest die ze met spoed naar het hospitaal hadden vervoerd. En toen volgde een warrig verhaal, of misschien was het Engels waarin het verteld werd wel warrig. Al sinds lang had het gezamenlijke hotelpersoneel een systeem afgesproken om alle ontvangen fooi in een pot doen, die dan op gezette tijden geleegd en eerlijk verdeeld werd. Mallawi was een van weinigen die het steeds slecht getroffen had met zijn gasten, zelden ving hij een fooitje van die vrekkige westerlingen. Zijn collega's hadden dit al eens aan de orde gesteld en hem op het hart gedrukt vriendelijker en attenter te zijn. Maar niets lukte, hoe Mallawi ook glimlachte en boog, hij kreeg geen cent meer fooi. Het was alsof de duivel ermee speelde. Tenminste tot vanmorgen. Iedereen werd opgeschrikt doordat iemand in de tuin hysterisch begon te schreeuwen (dat had ik dus al weer niet gehoord) en toen men naar buiten snelde vond men Mallawi bij een gat bij de buitenste tuinmuur, rollend over de grond. Hij had het schuim op zijn lippen, rolde vervaarlijk met zijn ogen en was al half buiten bewustzijn. Uit de weinige woorden die hij nog kon uitbrengen en nader onderzoek van de nis in de muur kon men het volgende opmaken. Mallawi had stelselmatig het fooiensysteem gesaboteerd door de meeste fooi die hij ontving (dus ook die van mij) in een verborgen gat in de muur te verstoppen. Tot dusverre had niemand hem kunnen betrappen, tot vanmorgen dan. Waarschijnlijk heeft hij zijn illegale potje willen aanvullen of ledigen, in ieder geval was hij daarbij gebeten door een 'venomenous animal' (volgens mijn zegsman, die het extra chique wilde zeggen) en in paniek uitgebroken. Vandaar zijn schandelijke (af-)gang naar het ziekenhuis. Ik zie zijn collega roomboys al denken: 'Boontje komt om zijn loontje". Door wat voor beest hij gebeten of gestoken is weet ik nog steeds niet. Een slang, een schorpioen of een van die andere giftige diersoorten die hier rondlopen, -kruipen, -vliegen en -glijden? Ik kon hier niet meer nader naar informeren, want op dat moment kwam de taxi voorrijden om me naar het vliegveld te brengen. |
![]()
Pagina's op deze Nepal - site:
|