
De heidedwergspanner vliegt van half maart
tot begin september in één lange generatie.
De hoofdvliegtijd ligt in de periode eind mei-half juli.
Vooral het feit dat de rupsen met name op dophei te vinden zijn
verklaart de verspreiding.
De vlinder wordt vooral op de Veluwe en in het heidegebied
van Drenthe en Oost-Friesland waargenomen.
Ook op de Brabantse heiden wordt de heidedwergspanner gevonden.
Elders betreffen het meestal enkele exemplaren.
Op sommige plaatsen kan hij echter talrijk zijn.
De heidedwergspanner wordt, net als de streepjesdwergspanner,
als een moeilijk herkenbare soort ervaren.
Toch is dit gedeeltelijk ten onrechte.
Hoewel de vlinder erg variabel is, is de soort vaak goed te herkennen
aan de zwarte en witte stipjes op de aderen van de voorvleugels.
De grondkleur is muisgrijs en lichter dan de streepjesdwergspanner,
en daarnaast is de heidedwergspanner met een spanwijdte
tot 24 mm aanmerkelijk kleiner.
Bont getekende vlinders zijn duidelijk zwart-wit besprenkeld
en hebben ook een opvallende witte tornus-vlek en een lichte golflijn.
De stigmavlek is klein en kort, soms zelfs rond.
De heidedwergspanner is nacht- en schemeringsactief
en komt goed op licht.

De rupsen zijn polyfaag op diverse kruiden.
In ons land zijn de rupsen veel te vinden op dophei maar ook op planten
als duizendblad, glad walstro, kruiskruid en guldenroede.
Ze leven op zowel beschaduwde als op in de zon staande
voedselplanten vanaf half juli tot half september.
Door de rugtekening met roodachtige, bijna driehoekige vormen
lijkt het rupsje op die van de struikheidedwergspanner
en van de egale dwergspanner.
Terug naar: