Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Dennendwergspanner

Eupithecia indigata
Spanners

De dennendwergspanner vliegt van begin april
tot begin september waarbij de piek in mei ligt.
Jaarlijks zijn er één en soms twee generaties.
Uiteraard hangt de verspreiding in Nederland samen
met zandgronden waarop naaldhout groeit.
Op vliegplaatsen is de soort talrijk.

De vlinder is vrij klein (spanwijdte tot 18 mm), maar goed herkenbaar
aan de spitse vleugelvorm, de bleekbruine grondkleur en,
en dat is het belangrijkste, de relatief grote en dikke stigmavlek.
Door de dunne golvende dwarslijnen op de voorvleugel lijkt de vlinder
enigszins op de struikheidedwergspanner, maar de vleugelvorm
en de kleur is duidelijk anders.
De naam indigata (latijn indigus=behoeftig, arm)
slaat op het gebrek aan herkenningskenmerken.

De dennendwergspanner is nachtactief en komt op licht.
Soms, alleen als hij de orientatie is kwijtgeraakt,
is hij ook rustend tegen stammen te vinden.

De belangrijkste voedselplant van de rups is grove den,
maar ook andere naaldbomen, zoals spar en lariks, kunnen als voedselplant dienen.
De rupsen vreten het liefst aan de jonge naalden aan het einde van de takken.
Ze zijn te vinden vanaf eind juni tot augustus.
Het rupsje rust overdag tegen een naald en is dan,
mede door zijn bruine kleur nauwelijks te vinden.
Erg gelijkend zijn de rupsen van de fijnspardwergspanner,
de vroege dwergspanner en de lariksdwergspanner.
De pop overwintert op de grond.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen