Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Zuidelijke luzernevlinder

Colias alfacariensis
Witjes

De zuidelijke luzernevlinder is in Nederland een dwaalgast,
maar vertoont in tegenstelling tot de oranje luzernevlinder
en de gele luzernevlinder geen trekgedrag.
Slechts negen waarnemingen zijn er uit ons land bekend.
De soort komt meer voor in de Ardennen en de Eifel
en vrijwel alleen op kalkgraslanden met voldoende paardenhoefklaver.
Het is een nogal honkvaste soort.
Jaarlijks zijn er twee generaties, vliegend van april tot oktober.

De vlinder heeft een spanwijdte van 35 – 45 mm.
De mannetjes zijn warm, citroengeel van kleur,
de vrouwtjes groenachtig-geel.
De vleugelrand is diep rood tot zwart en de achtervleugels hebben vaak
een opvallende, helder oranje celvlek in de vorm van een acht.
De voorvleugelpunt is minder afgerond en de donkere tekening
is minder omvangrijk dan bij de gele luzernevlinder.
Ook de zwarte wortelbestuiving is minder uitgebreid.
Zij reikt maar net tot in de grote cel.

De gele- en de zuidelijke luzernevlinder lijken bijzonder veel op elkaar.
Een zekere determinatie is dan ook niet altijd mogelijk.
De zuidelijke wordt vrijwel alleen op kalkgraslanden
met paardenhoefklaver gezien.
De gele heeft weliswaar voorkeur voor klaver- en luzernevelden,
maar op trek kan hij vrijwel overal opduiken.

De eieren worden afzonderlijk op de bovenzijde van de bladeren van de voedselplant afgezet.
De groene rups heeft 3 helder gele lengtestrepen en 5 rijen zwarte punten.
Hij voedt zich vooral met paardenhoefklaver
en plaatselijk soms met kroonkruid.
Er wordt overwinterd in de strooisellaag,
maar dit komt in ons land niet voor.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen