Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Schimmelspanner

Chloroclysta truncata
Spanners

De schimmelspanner, of kortweg schimmel vliegt in twee generaties
van half mei tot eind oktober, maar ontbreekt vaak in juli en augustus.
De spanwijdte is zo'n 39 mm maximaal, waardoor hij
een heel stuk kleiner is dan de naaldboomspanner die er wel wat op lijkt.
De najaarsgeneratie komt dikwijls op bloeiende klimop af.

Ook lijkt hij veel op het papegaaitje waarmee hij tot ongeveer 1850 één soort vormde.
Het is mogelijk beide soorten op uiterlijke kenmerken te scheiden.
De vleugelbovenkant: bij de schimmel zitten langs de buitenrand
van de achtervleugelzoom altijd maanvlekjes;
bij het papegaaitje slechts bij uitzondering.
De achtervleugel heeft een bleke lijnentekening in het midden:
bij de schimmel verlopen deze in boogjes, bij zijn neefje gehoekt of getand.
Daarnaast heeft de schimmel een roodachtig-bruin middenveld.
In rust vormen de vleugels een rechte hoek.
Overdag zit hij in rust op boomstammen en vlucht bij verstoring zeer snel weg.
Tegelijkertijd met het papegaaitje heeft ook de gehoekte schimmelspanner zich afgescheiden.

De rupsen kun je niet gericht gaan zoeken, want ze lusten bijna alles:
van berk tot braam en van aardbei tot roos.
In alle bosgebieden een gewone soort, elders zeldzaam.
Ze zijn er in juni-juli en van oktober tot mei
waarbij de halfwas rups overwintert.

De rups is dun, groen en toont eveneens veel gelijkenis
met die van het papagaaitje.
Hij bevindt zich óf in de lengte óf spiraalvormig opgerold
aan de onderkant van bladeren.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen