Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Naaldboomspanner

Thera obeliscata
Spanners

De naaldboomspanner haalt soms wel een spanwijdte tot 5 centimeter.
In rust worden de vleugels verticaal boven het lichaam gehouden;
pas na enige tijd spreiden de vleugels op de ondergrond.

Soorten uit het Thera-geslacht zijn soms moeilijk te determineren,
maar de naaldboomspanner is soms herkenbaar aan de roodbruine gloed op de vleugels.
Vooral ten opzichte van de schijnsparspanner is determinatie moeilijk.
Er kan niet worden uitgegaan van de vleugeltekening
ook al suggereren vele publicaties dat.
De te volgen methode is als volgt.
Eerst bepalen of het een mannetje of een vrouwtje betreft,
de mannen hebben een lang achterlijf en dikke sprieten,
de vrouwen hebben een dik en kort achterlijf.
De vrouwtjes zijn alleen via genitaalonderzoek op naam te brengen.
Bij de mannetjes dienen de sprietleden te worden beoordeeld
(flinke vergroting noodzakelijk).
Er is één lichtpuntje: een bruinig-gekleurde middenband is een T. obeliscata
(T. firmata's hebben ook vaak een bruine middenband).

De vlinder vliegt in twee generaties van half april tot half november.
De soort komt overal voor, soms in zeer grote aantallen,
waar coniferen of naaldbomen staan, want dat zijn de waardplanten
van de rupsen.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen