Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Ligusterpijlstaart

Sphinx ligustri
Pijlstaarten

De vliegtijd van de ligusterpijlstaart ligt tussen half mei en begin september.
Hierbij is er één generatie.
Het is in ons land een algemeen voorkomende vlinder.
Toch loopt er over het oosten van het land en het oosten van Noord-Brabant
een strook waar de vlinder kennelijk geen gewone verschijning is.
De vlinder was algemener in velerlei biotopen, zoals bosranden,
duingebieden, parken en tuinen, maar hij wordt na 1970 aanzienlijk minder talrijk.
Vooral in de stedelijke gebieden en de duinen is de soort achteruit gegaan,
maar schijnt zich weer enigszins te kunnen herstellen doordat de rupsen
zich op andere waardplanten kunnen ontwikkelen.

De vlinder vliegt in de avondschemering.
In rust houdt hij de vleugels dakvormig boven het lichaam.
Hij heeft een spanwijdte van 90 – 120 mm en daarmee is het een zeer grote pijlstaart.
De voorvleugels zijn lichtbruin, naar de achterrand toe bijna zwart.
De achtervleugels zijn rozeachtig met 3 zwarte banden.
Het borststuk is grijs en het achterlijf rozerood en zwart gebandeerd.
De vlinder lijkt op de windepijlstaart maar deze mist het roze in de achtervleugels.

De opvallende, heldergroene rups met scheve, rode en witte zijstrepen
wordt meestal vaker waargenomen dan de vlinder.
Hij wordt tot 85 mm lang.
De gebogen doorn op segment 11, is vaak tweekleurig zwart-geel.
In de kalkrijke duinen is hij vooral te vinden op liguster,
maar in parken en tuinen ook op vlier, sering, es en forsythia.

Bij verstoring richt de rups zich op en neemt,
net als de rups van de doodshoofdvlinder, de houding van een sfinx aan.
De rups is te vinden van augustus tot september.
Poepjes op stoeptegels onder een ligusterheg verraden de rupsen.
De pop overwintert in een popkamer diep in de grond, soms zelfs twee keer.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen