Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Doodshoofdvlinder

Acherontia atropos
Pijlstaarten

De doodshoofdvlinder kan in ons land worden gezien van eind mei tot half oktober.
Het is een zeer goede vlieger die in warme voorzomers
vanuit Noord-Afrika langs en over de Alpen noordwaarts trekt.
Sommige exemplaren bereiken op hun trektochten Scandinavië
en komen tot bij de poolcirkel.
De vlinder kan in heel ons land worden waargenomen.
Het voorkomen concentreert zich vooral op aardappelvelden.
10 tot 20 waarnemingen per jaar is normaal.

De spanwijdte bedraagt 80-120 mm en daarmee is hij
één van de grootste vlinders van Europa.
Hij is genoemd naar de doodshoofdtekening op het borststuk.
De voorvleugels zijn donker bruinzwart met een lichtbruine tekening,
de achtervleugels en achterlijf zijn geel met 2 blauwzwarte dwarsbanden.
Hij heeft een brede kop en een voor pijlstaarten zeer korte,
hoornachtige roltong van maar 5 cm lang.
Hij bezoekt geen bloemen, maar gebruikt de tong
om voedingsstoffen uit rijp fruit op te nemen.
Met zijn voorliefde voor zoetigheden probeert hij vaak
honing te snoepen uit de nesten van honingbijen.
De vlinder kan als enige vlinder voor mensen hoorbare bromtonen voortbrengen,
en op deze manier probeert hij de bijen op hun gemak te stellen.
Vaak echter accepteren de bijen hem toch niet en steken hem na een enige tijd dood.
Op de trektochten neemt de vlinder overigens geen voedsel tot zich.

Ook de rups en de pop maken geluid.
Het vrouwtje legt haar eieren bij voorkeur op nachtschadeachtigen,
zoals boksdoorn, bitterzoet en aardappelloof.
Uit de eieren ontwikkelt zich een vingerdikke, tot 13 cm lange rups
die te vinden is van augustus tot oktober.
Hij is geel, groengeel of soms bruin met blauwe tot purperachtige
schuine strepen op de flanken en een klein, geel of bruin,
korrelig pijltje op segment 11.
Bij verstoring richt de rups zich op en neemt de houding van een sfinx aan
en laat dan een krakend geluid horen.
In oktober verpopt hij zich diep in de grond maar toch overleeft hij
de Nederlandse winter niet.
De pop heeft geen aparte voorziening voor de zuigsnuit, zoals de windepijlstaart.

De doodshoofdvlinder kan in Noord- en Midden-Europa niet overwinteren
en de hier geboren vrouwtjes blijven over het algemeen steriel
en planten zich niet voort.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen