
Ongeveer gelijktijdig met de grote voorjaarsspanner verschijnt ook de kleine voorjaarsspanner.
De grote heeft een spanwijdte tot 42 mm en is hiermee niet eens zo heel veel groter
dan de kleine en regelmatig zie je zelfs even grote exemplaren.
De grote voorjaarsspanner vliegt vanaf eind januari tot begin mei, vooral maart/begin april.
Ondanks het feit dat het vrouwtje wel kleine vleugeltjes heeft kan ze niet vliegen.
Haar vleugels hebben dezelfde kleuren als die van het mannetje,
zodat je haar gemakkelijk kunt herkennen.
De soort is echter erg variabel en zelfs kan één exemplaar
twee van elkaar afwijkende vleugels hebben!
In de gehele Benelux is het plaatselijk een gewone verschijning.
Hij leeft vooral in bosachtige streken maar is daarbuiten schaars.

De larven van de grote voorjaarsspanner zijn heel wat minder kieskeurig dan die van de kleine.
Ze leven op eik, maar ook op berk, meidoorn, hazelaar en andere bomen en struiken.
De rupsen van de grote voorjaarsspanner en de najaarsspanner
lijken op elkaar als twee druppels water.
Daar komt nog bij dat ze allebei voor wat betreft de kleur erg variabel zijn.
Het is dan ook heel erg moeilijk om ze uit elkaar te houden.
Het beste schijnt dat nog te lukken met oudere rupsen door te kijken
naar de lengte van de haren.

Terug naar: