
De kleine voorjaarsspanner is een klein (spanwijdte hoogstens 34 mm)
en onopvallend getekend spannertje,
dat toch gemakkelijk te herkennen is.
Het is namelijk één van de vroegste voorjaarssoorten.
Hij vliegt al in het midden van februari en is dus een echte lentebode.
Je moet er wel snel bij zijn, want tegen het einde van maart
zijn ze allemaal al weer verdwenen.
Jaarlijks is er maar één generatie.
Het is een veelal gewone verschijning die zich ophoudt
in de buurt van eiken op niet te droge zandgronden.

De mannetjes zijn erg variabel gekleurd: van zwart-en-wit tot egaal grijsachtig.
De vrouwtjes hebben geen vleugels.
Ze kruipen op boomstammen rond en lokken de mannetjes naar zich toe.
De rupsen zijn vrijwel uitsluitend op de eiken te vinden.
Terug naar: