
De grote parelmoervlinder is een grote vlinder met een spanwijdte van 46 - 58 mm.
De grondkleur van de onderkant van de achtervleugel
is geelbruin met een groene zweem.
Bij de vrouwtjes zijn alleen de vleugelwortels licht verdonkerd.
Er zijn witte parelmoervlekken aanwezig,
echter geen witte vlekjes met roodbruine rand.
De gelijkende keizersmantel heeft geen vlekken op de onderkant
van de achtervleugel en bij de bosrandparelmoervlinder
en bij de duinparelmoervlinder zijn juist wel witte vlekjes
met bruinrode rand aanwezig.
Deze bedreigde vlinder vliegt van eind mei tot eind augustus in één generatie.
Met name is hij te zien in blauwgraslanden en droge heiden bij bossen.
Alleen nog op de waddeneilanden komt hij voor en lokaal op de Veluwe.
Het is een honkvaste soort.
De eitjes worden afzonderlijk aan de bladstelen van de voedselplanten afgezet.
De rups kruipt direct na het uitkomen in de zomer de strooisellaag
in en overwintert daar ook.
Hij groeit in lente en voorzomer en wordt tot 40 mm lang.
Zijn lijf is fluweelzwart met een duidelijke rij
steenrode vlekken langs de flanken.
De kop en de getakte doorns zijn ook zwart.
Als waardplanten dienen moerasviooltje,
duinviooltje, hondsviooltje en duizendknoop.
De pop hangt laag in de vegetatie.
Terug naar: