Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Zwarte C-uil

Xestia c-nigrum
Uilen

De zwarte C-uil lijkt heel erg op de nunvlinder.
Toch kun je ze niet door elkaar halen, want de zwarte C-uil
vliegt pas als de nunvlinder al is verdwenen: vanaf half mei tot oktober
en soms zelfs tot half november als een derde generatie wordt geproduceerd.

Met een spanwijdte tot maximaal 45 mm kan de zwarte C-uil
zo'n halve centimeter grote worden dan zijn voorjaarsdubbelganger.
De grondkleur van de voorvleugels is bleekgrijs tot paarsbruin.
De achtervleugels zijn bruin van kleur.
De voorvleugels hebben een karakteristieke,
witte, driehoekige vlektekening bij de voorrand.
De lichte vlek wordt door een zwart vlak begrensd in de vorm
van een hoekige C, waaraan hij de naam heeft te danken.

Het is in het hele land een gewone soort die voorkomt in tal van biotopen:
bossen, heideterreinen, wegbermen, moerassen en bouwland.
De tweede generatie is zelfs talrijker dan de eerste.
De verklaring hiervoor wordt gezocht in de trekneigingen van c-nigrum.

De rupsen leven vooral op brandnetel, maar ook wel op andere kruidige planten.
Ze zijn te vinden gedurende het hele jaar.
De jonge rups is dagactief maar op latere leeftijd
wordt hij nachtactief en zit hij overdag verscholen nabij de bodem.
De rups wordt tot 40 mm lang, is grijsbruin tot olijfbruin en herkenbaar
aan de flankstrepen: op de eerste segmenten zijn deze oranjekleurig opgevuld.
De soort verpopt in holletje in de aarde.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen