
De zilveren maan is een in Nederland bedreigde vlinder,
vliegend van begin mei tot half juli en begin juli tot half september.
Vaak zijn er dus twee generaties en het meest
is hij te zien in mei, juni en begin augustus.
De vlinder vliegt in vochtige, schrale en besloten graslanden bij moerassen.
De huidige verspreiding is sterk gereduceerd en versnipperd.
Met name is hij nog te vinden in Noordwest-Overijssel en Friesland.
In 1993 werd hij geherintroduceerd bij Nieuwkoop.
Het is een honkvaste soort die veelal in kolonievorm leeft.
De vlinder heeft een spanwijdte van 28 – 38 mm.
De bovenzijde van de vleugels is roodgeel met zwarte zigzagbanden
en een rij punten die parallel loopt met de vleugelrand.
De zoom van de achtervleugel heeft zwart ingeraamde oranje puntjes.
De onderkant van de achtervleugel is contrastrijk getekend.
Gelijkmatig verdeeld op deze onderzijde bevinden zich parelmoerkleurige vlekken.
De veenbesparelmoervlinder is sterk gelijkend maar de zilveren maan
heeft geen paarse band op de onderkant van de achtervleugel.
Bij de veenbesparelmoervlinder is die wel aanwezig.

De donkergrijze rups ontwikkelt zich vooral
op hondsviooltje, zinkviooltje en moerasviooltje.
Hij wordt tot 25 mm lang, heeft een bruinachtig grijs lijf
met kleine zwarte tekentjes en vele getakte, okerkleurige uitsteeksels.
Langs de stigma’s bevindt zich een onduidelijke, geelachtige golflijn.
De kop is zwart en achter de kop zitten twee lange,
naar voren gerichte voelsprietachtige doorns.
De halfwas rups overwintert op de bodem tussen plantenafval.
De groeiperiode ligt vooral in de lente en zomer.
Terug naar: