
Bij vennen met hoogveenontwikkeling verspreid in het bos
komt de veenbesparelmoervlinder nog voor.
Ook vliegt hij wel op niet te droge graslanden.
In Nederland is de vlinder alleen nog in Drenthe aan te treffen.
Het is een honkvaste soort, vliegend van eind mei
tot eind juli in één generatie.
De vlinder heeft een spanwijdte van 34 – 42 mm.
Hij is slapend aan te treffen op de bloemen van wateraardbei.
De basiskleur van de onderkant van de achtervleugel is roodbruin
met een paarse zweem en maakt een gevlamde indruk van paarsachtige,
zilverachtige en gele vlekken.
De achtervleugels hebben een rechte voorrand die bij rustende vlinders
opvallend buiten de voorvleugels uitsteekt.

De rups overwintert in de moslaag.
De groeitijd van de rups is in de lente en de voorzomer
en als voedsel dienen veenbes en lavendelheide.
Terug naar: