
De hoofdvliegtijd van de weegbreebeer ligt tussen half mei
en begin september waarbij hij in één generatie vliegt.
Van de vlinder wordt slechts af en toe een waarneming geregistreerd.
De waarnemingen uit het noorden van ons land hebben wellicht
een relatie met Denemarken waar de weegbreebeer een gewone soort is.
Het zuidoosten van Limburg sluit aan bij de verspreiding
op de hogere delen van België.
Het mannetje vliegt overdag bij warm weer zoekend naar een vrouwtje.
Het vrouwtje vliegt tegen de avond.
De voorvleugels zijn zwartbruin met een variabele, witgele tekening.
Ook is er verschil tussen man en vrouw.
Het mannetje heeft een krachtige band op de voorvleugel
en gele tot witte achtervleugels.
Het vrouwtje is iets minder opvallend getekend
en heeft rood gekleurde achtervleugels.
De spanwijdte van de vleugels bedraagt 32 – 38 mm.
De vlinder is op te jagen uit distels waarna hij
dan maximaal 10 meter vliegt.
Hij kan geen voedsel opnemen.

De overwinterende rups leeft van augustus tot mei en voedt zich
met verschillende lage planten zoals weegbree, leeuwentand en havikskruid.
Eieren en rupsen worden in de natuur bijna niet gezien.
De rups wordt tot 35 mm lang, heeft een zwartachtig bruin lijf
met vooral lange, bruine haren.
Hij mist de witte vlekjes van de rups van de grote beer.
De haren op de segmenten 4 tot 6 oranje tot rossig.
De kop is zwart en stigma’s zijn klein en donker.

Terug naar: