
De vijfvleksintjansvlinder is een overdag vliegende nachtvlinder
die vliegt van eind mei tot begin augustus in één generatie.
Het is in ons land een ongewone vlinder die slechts af en toe
wordt gezien en dan vooral op de zandgronden.
Zeeuws Vlaanderen vormt hierop een gunstige uitzondering.
Daar wordt de vijfvlek-sint-jansvlinder frequent gesignaleerd.
De vlinder vliegt in de zon.
De vijf grote, rode vlekken zijn vaak met elkaar verbonden.
De spanwijdte bedraagt 28 – 33 mm.
Vergeleken met familieleden is het een trage vlieger met weinig acrobatiek.
Verdroging werkt nadelig op vijfvlek-sint-jansvlinder.
De overwinterende rups voedt zich met rolklaver.
Hij is te zien van augustus tot juni van het volgend jaar
waarbij hij vooral wordt aangetroffen vanaf begin mei tot eind juni.
De volwassen rupsen zijn goed zichtbaar tegen stengels,
vooral laag op de waardplant.
De rups wordt tot 20 mm lang, heeft een bleek witachtig groen lijf
met op de rug twee rijen van twee zwarte vlekken.
Hierbij zijn de voorste veel groter en vierkant van vorm.
Ook op de flanken bevindt zich een rij grote zwarte vlekken.
De kop is zwart en hij is bezet met korte witachtige haartjes.
De eieren worden in ongeordende hoopjes
aan de onderzijde van een blad afgezet.
De 'spindelvormige', tegen stengels gekleefde cocons zijn vaak opvallend tweekleurig
met de scheiding in het midden, bovenzijde donkerder dan onderzijde.
Ze lijken op die van de sintjansvlinder.
De donkere pophuid steekt aan de bovenzijde uit de verlaten cocon.
Direct na het ontpoppen van het vrouwtje,
de vleugels zijn nog niet volgepompt, wordt er al gepaard.
Terug naar: