
De hoofdvliegtijd van de sint-janskruidblokspanner
ligt tussen half mei en half oktober.
Hierbij vliegt hij in twee en soms drie generaties.
Het is een vrij gewone vlinder in de zuidelijke helft van het land.
Een lichte concentratie bevindt zich in het centrale deel van Gelderland.
In het noorden komt hij veel minder voor en is hij
zelfs zeldzaam te noemen.
De vlinder heeft een spanwijdte van 35 – 41 mm en is een bezoeker van bloemen.
Bij het weer gaan zitten na te zijn opgejaagd
gaan de vleugels nog 3 of 4 keer op en neer.
Zeer gelijkend is de streepblokspanner die sinds 1923
een aparte soort vormt en deze twee soorten zijn dus moeilijk uit elkaar te houden.
De sint-janblokspanner is vaak bleker en kleiner,
maar grootte is geen betrouwbaar determinatiemiddel.
Ook de vleugeltekening geeft geen houvast.
Het mannetje van de streepblokspanner heeft extreem lange valven
en heeft daardoor een lang en spits achterlijf.
Ook zijn vrouwtje heeft een langer achterlijf.
Hun achterlijf steekt in rust achter de vleugels uit
wat niet het geval is bij de sint-jansblokspanner.
De eiafzetting vindt plaats onder de bloemkroon van het sint-janskruid.
De overwinterende rups is te vinden van juli tot april op deze plant.

Terug naar: