
De schijn-piramidevlinder is een soort die pas in de jaren zestig
van de twintigste eeuw als aparte soort is onderscheiden van de piramidevlinder.
De piramidevlinder heeft de binnenste lichte lijn min of meer haaks
op de voorrand van de voorvleugel; de schijnpiramide heeft dat niet.
Daarnaast heeft de piramidevlinder een lichter middendeel
aan de onderkant van de achtervleugel en een vrij duidelijke middenstip.
Bij de schijnpiramide is het middendeel donker bestoven
en heeft een minder scherpe middenstip.
Daarnaast heeft het achterlijf van de piramidevlinder een licht/donker patroon.
De schijnpiramidevlinder heeft 1 generatie per jaar en vliegt in juli en augustus.
Hij leeft in bosachtige gebieden.
Overdag zit hij vaak in boombastspleten, vaak in groepjes bij elkaar.
De spanwijdte kan oplopen tot 56 mm.

Het ei wordt in bastspleten afgezet en overwintert.
De rups leeft in april en mei op diverse loofbomen, zoals eik, linde en wilg.
Hij heeft zwarte borstpoten, een niet onderbroken zijlijn
en is aan de bovenzijde donker afgezet.
Hij verpopt in een cocon in de grond.
Terug naar: