
Er zijn meer uiltjes die er van boven zeer saai uitzien,
maar die prachtig gekleurde ondervleugels hebben.
Zoals bijvoorbeeld deze piramidevlinder.
Hij heeft oranjebruine ondervleugels.
Van boven is hij bruin met zwartige vlekken en banden.
De spanwijdte kan oplopen tot 52 mm.
Deze soort behoort tot de gewoonste uilensoorten in de Benelux.
Bij ons komt hij vooral voor in de bossen van Oost- en Zuid-Nederland,
maar ook in de duinen en laaggelegen gebieden.
Hij wordt echter niet altijd opgemerkt, omdat het dier weinig opvalt
en maar een korte vliegtijd heeft: van augustus tot begin oktober.
Overdag rusten ze in boombastspleten, maar ook in schuren
en vogelkastjes, vaak in groepjes bij elkaar.
Ze dringen door in zeer nauwe ruimtetjes en spleten.
Het ei, dat afgezet wordt in bastspleten, overwintert.
In eerste instantie is het ei paars van kleur
maar na verloop van tijd kleurt het oranjerood.
'Piramide' slaat op de vorm van de achterzijde van de rups.
Hij is te zien vanaf het voorjaar (april tot juni).
De rups is groen gekleurd; de borstpoten zijn groen
met een paar zwarte vlekjes en de flanklijn is bij de toraxsegmenten onderbroken.
De oudere rups leeft helemaal vrij en vertrouwt op zijn schutkleur.
De buikzijde is donkerder dan de rug; doordat de rups met de rug omlaag
onder op bladen leeft is de camouflage zeer effectief.
Hij is te vinden op diverse bomen en struiken, maar vooral op kamperfoelie en eik.

De soort verpopt zich in lichte maar stevige cocon
op de bodem tussen planten; er zitten plantendeeltjes
in de cocon verwerkt.
In de jaren zestig van de twintigste eeuw heeft men
naast de piramidevlinder een zeer hierop lijkende soort,
de schijn-piramidevlinder onderscheiden.
Terug naar: