
De hoofdvliegtijd van de rietgrasuil ligt tussen half mei en begin augustus.
Hierbij wordt er gevlogen in één generatie.
Het is een niet zo gewone vlinder
die over het hele land verspreid voorkomt.
Deze vlinder heeft een variabele kleur en een spanwijdte van 30 – 38 mm.
Hij is niet makkelijk op naam te brengen.
De vlinder heeft een sterk gebogen voorvleugelrand en relatief smalle vleugels.
T.o.v. de halmrupsvlinder heeft hij een zwarte veeg in het wortelveld
en de halmrupsvlinder vliegt langer door.
Overdag is hij rustend aan te treffen op boomstammen.
De slanke rups overwintert en is te vinden van september
tot november en in februari/maart.
Hij leeft op grassen, vooral rietgras, maar
na de overwintering wordt er niet meer gegeten.
Overdag rust hij in gerolde grasbladeren en in de vegetatie.
In de nacht klimt hij in het gras omhoog.
Hij zou extra gevoelig zijn voor parasieten.
Uiteindelijk verpopt hij zich in een licht spinsel
tussen plantendelen en mos.
Terug naar: