
De halmrupsvlinder is een erg moeilijk te determineren uiltje.
In de eerste plaats ziet hij eruit als een Pyralide.
Verder is hij erg klein en vliegt hij vaak overdag.
In de derde plaats is de soort zo'n 20 jaar geleden gesplitst
in drie sterk op elkaar gelijkende soorten
waarvan in de Benelux komt de halmrupsvlinder het meest voorkomt.
Minder vaak voorkomend is het weidehalmuiltje
waarvan hij dus alleen met genitaalonderzoek te onderscheiden is.
Deze soort zou echter een koperachtige glas over de voorvleugels hebben.
(De derde ondersoort M. remmi komt in Nederland niet voor).
Deze nachtactieve vlinder komt voor op allerlei grondsoorten.
Hij vliegt van half mei tot half september in één generatie.
Het is een variabele soort.
De vlinder lijkt op de rietgrasuil maar mist de zwarte veeg in het wortelveld.
Ook vliegt deze soort minder lang.
De rups voedt zich met wortels en stengels van grassen en graansoorten.
De eiafzetting vindt plaats in een rij in de bladschede van gras.
Zoals ook bij de verwante rupsen dringt de rups met de kop naar beneden
de schede in en holt de halm dan uit.
Als rups wordt de winter doorgebracht en in de lente
verpopt hij zich in een aardcocon.
Terug naar: