
De psi-uil komt in geheel Nederland voor maar de grootste aantallen
bevinden zich in Midden- en Zuid-Limburg, in delen van Brabant
en op de zandgronden van Gelderland.
Naar het noorden toe wordt hij zeldzamer.
Hij leeft vooral in bossen, houtwallen, heggen parken en tuinen.
De soort heeft 2 generaties per jaar
en de vlinder vliegt van half april tot begin september.
De soort is nachtactief waarbij hij wordt aangetrokken door licht.
Overdag rust hij op boomstammen, palen e.d.
De vlinder heeft een spanwijdte van 30 – 40 mm.
De drietand, de psi-uil en de grote drietand zijn (bijna)
niet van elkaar te onderscheiden.

De rups leeft van juni tot september op verschillende loofbomen en struiken,
o.a. wilg, populier, berk, sleedoorn, meidoorn, appel en peer.
Hij wordt tot 40 mm lang.
Het lijf is grijs met een duidelijke gele dorsale streep,
een vage geelachtig witte lijn over de stigma's
en oranjeachtig rode vlekken op de flanken.
Op de rug bevindt zich een lang vleesachtig uitsteeksel op segment 4
en een kleiner bultje op 11.
De kop is zwart van kleur.
De pop overwintert. Hij verpopt (typisch voor Acronicta's) in een stevige cocon
in of tegen boombast of het onderste deel van de stam
of tegen dood hout op de grond.
Terug naar: