Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Pimpernelblauwtje

Maculinea teleius
Blauwtjes

Het pimpernelblauwtje vliegt van eind juni tot eind augustus
waarbij de piek eind juli ligt.
Er is altijd één generatie.
Hij is te vinden in vochtige, matig voedselrijke
beekdalgraslanden met grote pimpernel.
Door gewijzigd hooilandbeheer verdwenen de noodzakelijke mieren
waardoor ook de vlinder verdween (1979).
De soort werd geherintroduceerd in 1990
in de 'Moerputten' bij den Bosch (vlinders uit Polen).
Het is een zeer honkvaste soort.

De spanwijdte bedraagt ongeveer 32 mm.
De bovenkant van de vleugels is helder donkerblauw.
Het vrouwtje heeft grotere zwarte vlekken en een bredere
zwarte rand dan het mannetje.
De onderkant van de vleugels is lichtbruin met twee rijen zwarte vlekken.
Het gentiaanblauwtje is veel doffer en eenvoudiger getekend.

Gedurende de eerste larvenstadia voedt de rups zich met grote pimpernel.
De volwassen rups parasiteert in het laatste larvestadium
in nesten van de ruwknoopmier (Myrmina scabrinodis) of,
in mindere mate, van de rode steekmier (M.rubra).
De rups voedt zich dan met mierenlarven.
Na september leven de rups en later de pop in het mierennest.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen