Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Gentiaanblauwtje

Maculinea alcon
Blauwtjes

Het mannetje van het gentiaanblauwtje is aan de bovenkant lichtblauw
en aan de onderkant grijsbruin met twee rijen zwarte vlekken.
De vrouwtjes zijn grijsbruin met onduidelijke vlekken en soms blauwe bestuiving.
De vleugellengte is 16 - 19 mm en daarmee is hij groter dan de andere blauwtjes.
Hij lijkt wel op het pimpernelblauwtje maar hiervan heeft het mannetje meestal vlekken
en een bredere zwarte vleugelrand terwijl het vrouwtje meestal veel contrastrijker is.

In juli en augustus vliegt het gentiaanblauwtje op dopheide en soms ook op gentiaanklokjes.
Het is een soort van laag gelegen, natte heiden en vochtige graslanden
en hij komt nog voor op de zandgronden in Zuid-, Midden- en Noordoost-Nederland.
Door de achteruitgang van het biotoop (verzuring en overbemesting)
en de zeer gespecialiseerde leefwijze wordt het gentiaanblauwtje in zijn bestaan ernstig bedreigd.
De vlinders komen nog voor op enkele vochtige heideterreinen met klokjesgentiaan,
de voedselplant van de rups.
Vaak is er een overschot aan rupsen en willen teveel rupsjes in een te kleine ruimte leven.
Waarschijnlijk eten de oudere rupsen dan de jongeren op.

De helder-witte eitjes worden op bloemen en kelkbladeren
van klokjesgentiaan afgezet en zijn makkelijk te vinden.
De rupsen die na een dag of tien nog in leven zijn laten zich
uit de klokjesgentiaan op de grond vallen.
En dan wordt het tijd voor de gewiekste truc.
De rups lokt twee knoopmiersoorten naar zich toe,
de bossteekmier (Myrmica ruginodis) en de ruwknoopmier (M.scabrinodis).
Hij doet dit dor uit de klieren een zoete vloeistof af te scheiden
en een geurtje te verspreiden dat als twee druppels water lijkt op dat van een mierenlarf.
De mieren zeulen hem mee naar het nest, hem voortdurend belikkend
alsof hij een verloren gewaand familielid is.
Hij krijgt een plaats in de kraamkamer, tussen de eitjes en de larven.

In ruil voor de zoete vloeistof en de vertrouwde geur
toont de rups ineens zijn ware bedoelingen.
Deze tot nu toe vegetariër doet zich tegoed aan het mierenkroost.
En geen mier houdt hem tegen, integendeel zelfs.
Hij krijgt zelfs voedsel aangeboden dat de mieren ook aan hun larven geven.
In augustus verpoppen de rupsen zich maar ook dan worden ze door de mieren
met liefde en respect behandeld.
Dat komt waarschijnlijk omdat de pop zachte ratelgeluidjes laat horen,
die de mieren tot rust en vrede stemmen.

Ondanks het feit dat er wel meer rupsen een nest worden binnengehaald
brengen maar 8 tot 12 exemplaren het tot het pop-stadium.
Meer kan niet omdat anders het nest door voedselgebrek ten gronde wordt gericht.

Na de winter in het mierennest te hebben doorgebracht kruipt in het voorjaar de vlinder uit de pop.
Waren rups en pop kind aan huis, de uitgekomen vlinder wordt als een indringer beschouwd
die met gevaar voor eigen leven in de vroege ochtend door de smalle gangen naar buiten moet vluchten.
Onmiddellijk wordt hij door de mieren aangevallen, maar ook daar
heeft het gentiaanblauwtje wat op gevonden.
Op zijn jeugdige achterlijf zitten zoveel schubben dat bijtende mieren bij een aanval
hun poten en bek vol hebben zitten, zodat hun aandacht even verslapt.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen