Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Pauwoogpijlstaart

Smerinthus ocellata
Pijlstaarten

De hoofdvliegtijd van de pauwoogpijlstaart (of avondpauwoog)
ligt tussen eind april en begin augustus.
Hierbij vliegt hij in één generatie.
De vlinder komt verspreid over het hele land voor maar is niet overal even gewoon.
Hij is met name te vinden in loofbossen, parken en tuinen.

De vlinder rust overdag op boomstammen, niet met dakvormig
gevouwen vleugels, maar met de vleugels zijdelings gespreid.
Hij is dan goed gecamoufleerd want de voorvleugels
zijn grijs met een bruine marmertekening.
Ze hebben een spanwijdte van 70 – 80 mm.
De achtervleugels zijn aan de basis rood, naar de rand toe gelig
en hebben een opvallend grote, zwarte oogvlek, die blauw-zwart omringd is.
De ogen op de achtervleugel worden alleen getoond bij verstoring.
Dan worden de voorvleugels naar voren getrokken,
zodat ineens de oogvlekken tevoorschijn komen.
Daarbij wordt het achterlijf op en neer bewogen.
Met deze plotselinge dreighouding probeert de vlinder
roofvijanden, vooral vogels, af te schrikken om daarna zelf te ontkomen.
De vlinder vliegt in de avondschemering, kan geen voedsel opnemen
omdat de roltong slecht ontwikkeld is en bezoekt dus geen bloemen.

De eiafzetting vindt stuk voor stuk of paarsgewijs plaats
op de bladonderkant van wilg.
De rups (juli tot oktober) fourageert 's nachts.
Waar de rups zit zijn de wilgentwijgen helemaal kaal gevreten.
Behalve op wilg leeft hij ook wel op ander loofbomen
zoals populieren en fruitbomen (appel).

De rups wordt tot 75 mm lang.
Hij heeft een blauwachtig groen lijf met wittige schuine strepen
op de flanken, grote rode stigma's en een blauwe pijl.
Hij lijkt wel op die van de lindepijlstaart.
De rusthouding is als een sphinx: de voorste helft van het lijf is opgericht
onder een rechte hoek met het achterlijf (vandaar de familienaam sphingidae).
De pop overwintert in de grond.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen