Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Lindepijlstaart

Mimas tiliae
Pijlstaarten

De lindepijlstaart vliegt van half april tot half augustus in één generatie.
Hij komt verspreid over heel het land voor maar is niet echt talrijk.
Met name in de avondschemering wordt er gevlogen waarbij hij
te vinden is in loofbossen, parken en tuinen, ook in het stedelijke gebied.

De vleugels (spanwijdte 50 – 70 mm) zijn variabel in kleur en tekening.
De grondkleur van de voorvleugels is groenig of geelbruin
tot oranjebruin met in het midden een donkere dwarsband,
die bijna in 2 vlekken uiteen valt.
De vleugelranden zijn getand en kenmerkend is de vleugelstand in rust.
De vlinder kan geen voedsel opnemen en bezoekt dus geen bloemen.

De rups is te vinden van juli tot september en fourageert 's nachts.
Hij leeft op loofbomen met een voorkeur voor linde.
Het lichaam wordt tot 65 mm lang, is op de rug helder groen
met talrijke gele puntjes en blauwachtig groen op de flanken.
Op de zijkanten bevinden zich schuine, gele strepen en hij heeft
een licht gekromde blauwe pijl die onderaan bleek geel en rood is.
Vaak heeft ieder segment een rode vlek op de zijkanten.
De groene, driekante kop heeft witte strepen.

Een halve dag voor de verpopping wordt de rups purperbruin en oranje
met veel lichte spikkels, daarna graaft hij de grond in.
Met deze kleur is zij goed gecamoufleerd als zij op de grond
op zoek is naar een geschikte plaats om te verpoppen.
Dat ingraven duurt slechts een minuut; wat rest is een tunneltje in de aarde.
De pop overwintert.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen