Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Oranjetip

Anthocharis cardamines
Witjes

Met een spanwijdte van maximaal 45 mm is de oranjetip een klein witje,
ongeveer even groot als het klein geaderd witje.
Het vrouwtje lijkt sprekend op het mannetje,
maar heeft in plaats van de oranje tip een zwarte vleugelpunt.
Daardoor lijkt ze erg veel op de andere witjes,
maar kan gemakkelijk daarvan worden onderscheiden.

Aan de onderkant van de achtervleugel zien we een groene,
marmervormige tekening, die zelfs van bovenaf te zien is.
Daarnaast heeft het vrouwtje een sikkelvormige zwarte vlek in de middencel van de voorvleugels.
Bij ons komen geen witjes voor met een dergelijke structuur die soms al eind maart vliegen.
De vlinder is te zien tot eind juli en vliegt altijd in één generatie.

Het diertje komt in de gehele Benlux voor, maar is in de poldergebieden niet algemeen.
In de bosgebieden van Midden- en Zuid-Nederland echter een gewone soort.
Ook in graslanden, langs bermen en langs bosranden is hij te zien.
De oranjetip is niet geliefd als voedsel voor andere dieren.
Ze bevatten namelijk gifstoffen als mosterdolie en glycosiden
die de vlinder via koolbladeren tot zich neemt.

Als voedselplant voor de rups dienen kruisbloemigen zoals pinksterbloem en look-zonder-look.
De eitjes worden één voor één aan een kelkblaadje van de voedselplant afgezet.
Ze zijn flesvormig, eerst licht van kleur, later oranje.
Het lijf van de rups is licht blauwachtig-groen naar de flanken verlopend naar wit;
de onderkant is donkergroen en contrasteert sterk.
De stigma's zijn klein en meestal zwart.
Vooral de jonge rups is bezet met zeer kleine zwarte stipjes over het hele lichaam.

De uitgekomen rupsen zijn zeer vraatzuchtig en daar waar de jonge rupsen de bloemen eten,
vreten de oudere exemplaren ook de vruchten aan.
De grotere rups zit veelal in de lengterichting op de vrucht
en eet deze vanaf de punt op.
De groeiperiode van de rups is alleen in de voorzomer.
Alleen als er geen vruchten zijn worden ook de bladeren van de voedselplant gegeten.
Als er zich teveel rupsen op een plant bevinden vreten ze ook wel elkaar op (kannibalisme).
Opvallend is dat de jonge rupsen een zoetstof uitscheiden waar mieren dol op zijn.
In ruil hiervoor genieten ze waarschijnlijk enige bescherming van de mieren.

Over het algemeen verpopt de rups op de waardplant.
Verpopping vindt plaats aan een stengel dicht bij de bodem.
De groenbruine gordelpop lijkt sterk op een stukje hout
of een gekruld, niet afgevallen blad.
Hierdoor is hij niet gemakkelijk te vinden.
Uit de overwinterende pop kruipt al zeer vroeg in het voorjaar
de vlinder naar buiten.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen