Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Kleine vos

Aglais urticae
Aurelia’s

Een bijna overal zeer gewone vlinder is de kleine vos.
Bovendien tref je hem bijna het gehele jaar aan.
Dat komt omdat de volwassen vlinder overwintert.
Op warme dagen (soms al in februari als het groot hoefblad bloeit)
vliegt hij ook 's winters rond.
De eitjes worden al in maart of april gelegd en komen in juni uit.
De overwinterende generatie vliegt vaak door tot eind mei.
Daarom lijkt het of het dier bijna het hele jaar aanwezig is,
terwijl we in werkelijkheid drie generaties voorbij zien komen.
Een opmerkelijk feit is dat in uitzonderlijke gevallen de kleine vos
tot wel op 5000 kilometer hoogte kan worden waargenomen.

De vleugellengte is 22-25 mm.
De bovenkant van de voorvleugel is roodbruin
met een rij blauwe maanvlekken langs de achterrand.
Deze maanvlekken ontbreken meestal bij de grote vos.
Behalve de vlekken aan de voorrand heeft de voorvleugel
in het midden drie zwarte vlekken.
De grote vos heeft hier vier zwarte vlekken.
De onderzijde van de vleugels is grijs-bruin
met een lichte band op de achtervleugels.

Geliefde nectarplanten zijn: akkerdistel, vlinderstruik,
koninginnekruid, bepaalde muntsoorten en hemelsleutel.
De vlinder overwintert op koele en vochtige plaatsen in bomen en gebouwen.

Zo rond half maart wordt de overwinterende vlinder actief en het vrouwtje legt in april haar eitjes.
De eerste generatie vlinders, die hier uit voort komt,
is niet zo talrijk maar de tweede generatie des te meer.
In de zomer zie je het mannetje zo rond het midden van de dag
zijn twee territoria bewaken.
In elk van deze kleine gebiedjes verblijft hij ongeveer 90 minuten
en ze lijken er een sport van te maken om andere vlinders
van hun favorieten plaatsen te verjagen.
’s Nachts zoekt hij meestal een rustplaats onder brandnetelbladeren.

De eieren worden in groepen op onderkant van bladeren van de voedselplant gelegd.
De rups wordt tot 30 mm lang.
Hij heeft een geelachtig grijs lichaam dat soms lichter
en soms donkerder gekleurd is.
Over de rug en langs de zijkant lopen twee glanzend gele lijnen.
Hij heeft een zwartachtige ruglijn en zwarte tekentjes op de flanken;
de korte doorntjes zijn vooral geelgroen en staan over het hele lichaam;
de kop is zwart met gele vlekjes.

Jonge rupsen leven met 100 – 300 exemplaren gezamenlijk in spinselnesten
op jonge grote brandnetel op open, zonnige plaatsen.
Deze spinselnesten zijn makkelijk te vinden.
Volwassen rupsen leven solitair en fourageren in het zicht.
De pop hangt aan de voedselplant, takken of stenen.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen