
De hoofdvliegtijd van de kleine sint-jansvlinder ligt in de maanden
juni en juli waarbij er één generatie is.
Deze dagactieve nachtvlinder is een nieuwkomer in ons land.
De eerste Nederlandse waarneming vond plaats
in Wijlre (Zuid-Limburg) in 1995.
Daarna is de kleine sint-jansvlinder ieder jaar in Zuid-Limburg gezien.
Hij vliegt op bloemrijke, droge graslanden.
De populaties zijn weinig mobiel.
De vlinder heeft doorschijnender vleugels dan de vijfvlek-sint-jansvlinder.
Het is een trage vlieger met een spanwijdte van ongeveer 25 mm.
Hiermee is hij duidelijk kleiner dan andere Zygaena-soorten.
Op de voorvleugels zitten 5 rode vlekken.
De vlek in de vleugelspits is niet bijlvormig.

De rups leeft vanaf eind juli via de winter tot begin juni.
Hij wordt tot 15 mm lang, heeft een helder groen lijf
met heel kleine zwarte stipjes.
De dorsale lijn is wit en duidelijk, de subdorsale lijnen zijn witachtig.
Subdorsaal bevindt zich ook een duidelijke gele vlek achter op ieder segment.
Verder heeft de rups een zwarte kop en witte haartjes.
Wikkesoorten vormen de waardplanten, voornamelijk vogelwikke
en verder rolklaver en veldlathyrus.
De cocon bevindt zich laag in de begroeiing.
Terug naar: