
De hoofdvliegtijd van het klein avondrood ligt tussen begin mei en begin augustus.
Onder gunstige omstandigheden worden er 2 generaties per jaar gerealiseerd.
De vlinder heeft zijn hoofdverspreidingsgebied in de hele kuststrook.
Ook op de Veluwe en in het grensgebied van Friesland, Groningen,
Drenthe en Overijssel komt het klein avondrood in aantal voor.
In de rest van ons land is het een ongewone vlinder of ontbreekt hij geheel.
De vlinder heeft een spanwijdte van 40 – 45 mm.
Hij is duidelijk kleiner en veel geler dan het groot avondrood,
en hij mist de rode dwarsstrepen.
Het lichaam en de voorvleugels zijn geelbruin met roze tekening.
De achtervleugels zijn geel met roze rand.
De vlinder vliegt in de avondschemering en bezoekt bloemen
van o.a. kamperfoelie en rhodondendron.
De zuigsnuit wordt al uitgerold bij het benaderen van de bloem
en nectar zuigen gebeurt in de vlucht.

De rups (juni – september) lijkt erg op die van het groot avondrood.
Hij wordt tot 55 mm lang en is meestal bruin, de groene vorm is zeldzaam.
Hij is licht bespikkeld met donker bruin of zwart
en heeft een duidelijke roze en zwarte imitatie oogtekening
op segment 4 en een kleiner oog op het volgende segment.
De doorn (pijl) op het achterlijf ontbreekt,
maar op die plaats is er nog wel een knobbel over.
De jonge rups is groen met lengtestrepen.
De rups leeft vrijwel uitsluitend op walstro-achtigen
(met name op glad walstro en geel walstro) en houdt zich
overdag verscholen op de grond onder de voedselplant.
Soms echter wordt hij ook overdag vretend aangetroffen.
Terug naar: