Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Karmozijn weeskind

Catocala sponsa
Uilen

De tot nu toe geregistreerde uiterste vliegdata
van het karmozijnrood weeskind zijn 10 juli en 16 september.
Gedurende deze tijd vliegt hij in één generatie.
Van de soort zijn maar een beperkt aantal recente waarnemingen bekend
en die weinige waarnemingen komen vooral van de zuidelijke Veluwe
en uit de duinen bij Castricum.

De vlinders hebben een spanwijdte van 60 – 70 mm.
Ze rusten hoger in de bomen, zijn schuw en vliegen makkelijk op.
De kenmerken van het karmozijn weeskind t.o.v. het rood weeskind:
Karmozijn heeft rond de ronde vlek een lichte plek; bij rood weeskind
is dat donker (vaak donkerder dan de grondkleur van de vleugel).
De zwarte middendwarsband op de achtervleugel loopt bij het karmozijn weeskind
door tot de binnenrand, en dit is niet het geval bij het rood weeskind.
Diezelfde zwarte middenband heeft een duidelijke pijl wijzend
naar de vleugelbasis, bij het rood weeskind ontbreekt die pijl
en is de band gewoon concaaf (uitgehold).
De franje van de voorvleugel van het karmozijn weeskind is zigzaggend
met lichte vlekjes en bij het rood weeskind recht en in dezelfde
sombere kleuren als de voorvleugels.

Jonge rupsen verplaatsen zich als spanners.
Ze zijn te vinden op eik.
Eerst vreten ze de knoppen, later gaatjes en randen van bladeren.
De rups kleeft tegen een takje en blijft dan onbeweeglijk.
Op dat moment is hij zeer goed gecamoufleerd.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen