
De hoofdvliegtijd van de hoekstipvlinder ligt tussen begin juni en eind september.
Hij vliegt jaarlijks in één generatie.
In Nederland is het een schaars voorkomende soort.
Het mannetje vliegt overdag in een zigzagvlucht.
Zijn spanwijdte bedraagt 35 – 40 mm.
T.o.v. de witvlakvlinder is hij chocoladebruin
en heeft hij een roodbruine vlek in de vleugelpunt.
Het vrouwtje is vleugelloos.
De vlinder kan geen voedsel opnemen.

De rups is te vinden vanaf augustus tot mei.
Hij lijkt op die van de witvlakvlinder maar is bonter van kleur.
De rups wordt tot 40 mm lang en heeft een zwart
of donker grijs lijf met witte tekens.
Er loopt een stevige oranje lijn over de stigma's
en stevige bruine haarborstels zitten op de rug van segmenten 4 tot 7.
Hij voedt zich met loofbomen en struiken.

Terug naar: