
De helmkruidvlinder is een vrij gewone vlinder op de zandgronden
van Gelderland en op de Utrechtse heuvelrug.
Elders in het zuidoosten van ons land is hij ongewoon en verspreid voorkomend.
Uit de rest van Nederland komt slechts af en toe een waarneming.
De vlinder vliegt in mei en juni in één generatie.
Er bestaat enige gelijkenis met de kuifvlinder maar de kleuren
van de voorvleugelrand kunnen helpen bij determinatie.
De vlinder heeft een behaarde halskraag en zet kapje op de kop.
Door houding, kleur en tekening is hij zeer slecht te vinden.
Hij bezoekt o.a. buddleja en komt matig op licht.
De spanwijdte bedraagt 44 – 50 mm.
De eiafzetting vindt plaats op de onderkant
van bloemen en knoppen van helkruidachtigen.
De rupsen zijn te zien van midden juni tot half augustus.
Ze zijn een paar jaar achtereen te vinden,
om dan weer op dezelfde plaats jaren te ontbreken.
De rups wordt tot 45 mm lang en heeft een bleek blauwachtig grijs
of witachtig groen lijf met gele ringen en zwarte tekentjes.
Hij lijkt veel op de rups van de kuifvlinder maar kenmerkend zou zijn
de zwarte kleur tussen de segmentscheidingen.
Ook jonge rupsen tonen al de zwarte vlekkentekening op een lichte ondergrond.
De rupsen leven volkomen open, vertrouwend op hun afschrikkende kleur.
Ze vreten bloemknoppen en later zaden.
Ze verpoppen zich in een dikwandige cocon op de grond
waar ze soms meerdere keren overwinteren.

Terug naar: