Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Grote nachtpauwoog

Saturnia pyri
Nachtpauwogen

Over de vliegtijd van de grote nachtpauwoog in ons land
kan alleen worden gezegd dat die in de zomer valt.
Hierbij vliegt hij in één generatie.
Het is in ons land een zeldzame dwaalgast.
Slechts af en toe wordt de grote nachtpauwoog gezien
en dan met name in het midden van het land.
In zuid-Europa komt hij meer voor, maar ook daar
is hij nog tamelijk zeldzaam.
Het is een vlinder van vrij open biotopen,
tuinen, parken en boomgaarden.

Met een spanwijdte van 100 – 130 mm is de grote nachtpauwoog
in oppervlakte de grootste Europese vlinder.
Het mannetje is overigens iets kleiner dan het vrouwtje.
De vleugels van beide seksen zijn donker grijsbruin
met gelijkvormige oogvlekken, zoals bij de nachtpauwoog.
De vlinder is nachtactief en het mannetje is in het bezit
van grote, geveerde antennes.
De vlinder heeft geen roltong zodat hij geen voedsel kan opnemen.
Het mannetje sterft vrij snel na de paring
en het vrouwtje vrij kort na het afzetten van de eieren.

De eieren worden meestal in groepjes afgezet.
De rups is eerst zwart met rode of oranje wratten, later geelachtig groen
met lange, knotsvormige stekels en ringen van blauwe wratten.
Hij wordt tot 120 mm lang en leeft op es,
sleedoorn en fruitbomen, met name peer en appel.
Hij overwintert als pop in een zeer vezelige, peervormige cocon,
met aan het uiteinde een dubbele fuik, die uit kegelvormig
naar buiten staande spinseldraden bestaat en die aan de top samenkomen.
De vlinder kan op die manier de cocon makkelijk verlaten,
maar niemand kan zonder meer binnen komen.
De pop overwintert vaak zelf twee- tot drie keer.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen