Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Groot dikkopje

Ochlodes faunus
Dikkopjes

Leden van de dikkopjesfamilie hebben een tamelijk groot lichaam,
nogal kleine vleugeltjes en een dikke kop.
Vliegen kunnen ze trouwens heel goed met die kleine vleugeltjes.
Het groot dikkopje is een overwegend oranjebruin vlindertje.
Het mannetje heeft midden op de voorvleugel
een zwarte streep in de vorm van een gerekte S die bestaat uit geurschubben.
De onderkant van de achtervleugel is oranjegeelachtig, met duidelijke lichte vlekken.
Bij de kommavlinder, die ook witte vlekken op de bovenkant
van de voorvleugels heeft, zijn de vlekken opvallend wit tot grijs.
Het groot dikkopje heeft geen kommmavlek.
Hij heeft een spanwijdte tot 32 mm.

In rust spreidt de vlinder de achtervleugels uit
en houdt de voorvleugels daar half open scheef boven.
De vlinders vliegen vanaf begin juni tot eind augustus in één generatie.

Het is een algemene soort van graslanden en van bosranden met braamstruweel.
Vooral op de hogere zandgronden en in de duinen is hij te vinden.
Veel minder komt hij voor in de cultuurgebieden
van Noord- en Zuid-Holland, Friesland en Groningen.
Het is een nogal honkvaste soort.

De rups wordt tot 30 mm lang.
Hij heeft een donker blauwachtig groen lijf
met een donkere ruglijn en kleine korte haarborsteltjes.
De grote kop is witachtig bruin en met donker bruin afgezet.
Als voedselplanten dienen diverse (breedbladige) grassoorten zoals duinriet,
beemdgras, zwenkgras, kweek en gestreepte witbol.
Na september gaat de rups in rust om in het voorjaar verder te groeien.
De halfwas rups overwintert in een stevig kokertje
bestaande uit samengesponnen bladeren.
Hij verpopt zich tussen samengesponnen grashalmen.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen