
De grote boomspanner vliegt van eind juli via de winter tot begin mei.
Hierbij is er slechts één generatie.
Het is een zeldzame vlinder die slechts af en toe wordt waargenomen
langs bosranden en in open biotopen.
Hij overwintert in huizen, schuren, tunnels, vaak met meerderen bij elkaar.
De vlinder heeft een spanwijdte van 38-48 mm.
De voorvleugels zijn grijsbruin met donkere, gegolfde dwarslijnen.
Hij heeft net als de sporkehoutspanner een gegolfde achtervleugelzoom.
T.o.v. de grote berberisspanner is het golflijntje o de achtervleugel bijna onherkenbaar.
De rups is te vinden in juni en leeft op verschillende soorten struiken
zoals vuilboom, wegedoorn e.a. loofbomen.
Terug naar: