
De grasklokjesdwergspanner is in Nederland erg zeldzaam.
Hij werd in 1964 bij Houthem gezien en daarna pas weer
in 2000 in het oosten van Friesland.
De vliegperiode van 24 mei tot 24 juli is gebaseerd op oude waarnemingen.
De vlinder vliegt in 1 generatie.
De grasklokjesdwergspanner behoort tot de zogenaamde
'grijze' Eupithecia's maar heeft toch vrij opvallende kenmerken.
Het is een vrij grote soort met veel wit en lichtgrijs
waardoor er enige gelijkenis met de dwarsbanddwergspanner
en de eikendwergspanner is, maar die soorten zijn veel kleiner
en bovendien anders getekend.
De brede witte buitenste dwarsband is opvallend en kenmerkend,
vooral aan de buitenkant van de stigmavlek bevindt zich veel wit.
De rups leeft in bloemen en zaaddozen van het grasklokje,
dat vooral in Zuid-Limburg nog voorkomt.
De rupsen zijn echter zeer kieskeurig voor wat betreft hun biotoop
en ze zoeken vooral wat beschutte, koele plaatsen,
terwijl het grasklokje juist vooral warme plaatsen prefereert.
Een compromis wordt gevonden op plaatsen waar het grasklokje op zonbeschenen
rotsbodem staat en waar de rupsen zich in rotsspleten kunnen terugtrekken.
Dit biotoop is wel heel zeldzaam in ons land.
Gevreesd werd dat de soort in Nederland was uitgestorven,
maar de recente waarnemingen geven weer nieuwe hoop.
Terug naar: