
Over het algemeen is de eikendwergspanner veel minder verbreid
dan de voorjaarsdwergspanner, maar op de vliegplaatsen kan de soort talrijk zijn.
In ons land komt de eikendwergspanner vooral in de duinen voor.
De vlinder vliegt tussen 25 maart en 30 juli.
Latere exemplaren komen voor maar zijn zeldzaam.
Er is jaarlijks één generatie.
De naam dodoneata verwijst naar een bijzondere eik
uit het oude Griekenland: de eik van Dodona.
De vlinder is voornamelijk schemerings- en nachtactief.
De eikendwergspanner en de voorjaarsdwergspanner
lijken erg op elkaar maar met een spanwijdte tot 22 mm
is de eerste duidelijk kleiner.
De vleugeltekening is wat geprononceerder.
Opvallend is bijvoorbeeld het witachtige veld aan de buitenkant
van de stigmavlek, die bij de voorjaarsdwergspanner ontbreekt.
Bij beide soorten bevinden zich donkere pijlvlekjes aan de binnenzijde
van de buitenste dwarsband, niet alleen ter hoogte van de stigmavlek,
maar soms zelfs over de hele lengte van de dwarsband.
Ook zijn bij voorjaarsdwergspanner de achtervleugels zwak getekend
en licht grijs, bij de eikendwergspanner zijn ze duidelijker getekend
en is het centrum van de vleugel witachtig.
De rupsen fourageren met name in de bloemen
en op jonge bladeren van zijscheuten van zomereik.
Ze zijn ongeveer een maand later dan die
van de voorjaarsdwergspanner: juni - juli.
Terug naar: