
De gevlekte groenuil vliegt van begin mei tot begin augustus in één generatie.
Het is plaatselijk een vrij gewone vlinder die voorkomt
in bomenrijke gebieden op de Waddeneilanden
en op de zandgronden van het binnenland.
Hij ontbreekt nagenoeg geheel in Zeeland
en in Noord- en Zuid-Holland (ook niet in de duinen).
Op de zandgronden is hij gewoon en lokaal voorkomend.
De witte grondkleur van de vleugels heeft soms een roze zweem.
De spanwijdte loopt op tot 35 mm.
De vlinder vertoont veel uiterlijke overeenkomst met de diana-uil.
Soms rust hij overdag tegen boomstammen.

De eiafzetting vindt plaats in kleine groepen.
De rupsen leven in juli en augustus.
De opmerkelijk getekende en gekleurde rups wordt echter bijna niet gevonden.
In eerste instantie leven de rupsen gezellig bij elkaar, later zijn ze solitair.
Ze voeden zich met de bladeren van eik en andere loofbomen.
De pop overwintert.
Terug naar: