
De diana-uil vliegt vanaf 7 september tot 30 oktober waarbij er één generatie is.
Het is een zeldzame vlinder met slechts af en toe een waarneming
en dat dan verspreid over het hele land.
Hij komt nergens meer gewoon voor.
In 1999 en in 2000 is hij (6x op één plek) gezien in Friesland.
De spanwijdte bedraagt 35 – 40 mm.
De vlinder vertoont veel uiterlijke overeenkomst met de gevlekte groenuil.
Het ei overwintert en de rups is te vinden rond mei.
Hij ziet er als boombast uit en de volwassen rups rust overdag
tussen bastspleten van eik, vooral dicht bij de grond.
De rups voedt zich in eerste instantie met de bloemen
en later ook met de bladeren van de eik.
Hij verpopt zich in een stevige aardcocon tussen de eikenwortels.

Terug naar: