
De hoofdvliegtijd van de gestreepte tandvlinder ligt tussen begin mei en eind juni.
Hierbij vliegt hij in één generatie.
De vlinder komt lokaal voor in de oostelijke helft van ons land.
De spanwijdte van de vlinder is 33 – 38 mm.
Bij ons is meestal de wittig gekleurde vorm (f. trimacula);
er is ook een veel bruinere vorm.
De vlinder mist de maanvormige vlek die de maantandvlinder wel heeft.
De groene eieren worden afgezet op de onderkant van bladeren van loofbomen.
De rupsen die vooral op eik leven worden zelden gezien.

Terug naar: