
De hoofdvliegtijd van deze dagactieve nachtvlinder
ligt tussen begin juni en half augustus.
Hierbij wordt er gevlogen in één generatie.
De gekraagde wespvlinder is bij ons een zeer zeldzame verschijning.
De geregistreerde waarnemingen liggen ver uit elkaar.
Zo is hij te vinden op Terschelling, het zuiden van Friesland,
Noord-Brabant en in het puntje van Limburg.
Toch wordt hij vaker gezien dan de hoornaarvlinder.
De vlinder is een goede vlieger die flinke afstanden kan overbruggen.
Deze soort heeft geen gele 'schouders'.
Hij heeft een spanwijdte van 32 – 42 mm.
De vlinder kan geen voedsel opnemen.
Direct na de ontpopping begint het vrouwtje met het verspreiden van een lokstof.
Als waardplanten voor de rups dienen wilgensoorten en in de duinen kruipwilg.
Is een wilg eenmaal als waardplant uitgekozen dan kan dat
jaren achtereen zo blijven.
De rups vertoeft in dunne stammetjes met het uitkruipgat vlak boven de grond.
Spechten weten rupsen en poppen goed te vinden.
De rups overwintert meerdere jaren.
Na de ontpopping steekt het poppenomhulsel buiten het hout.

Terug naar: