
Het donker halmuiltje vliegt in één generatie van half mei tot half augustus.
Het is een vrij gewone vlinder met concentraties op de Waddeneilanden,
in de duinen en in het oosten van Friesland.
Ook op veel andere plaatsen is het een gewone verschijning.
Doorgaans is het, met een spanwijdte van 24 – 27 mm, onze kleinste Oligia.
De buitenste dwarslijn aan de vleugelrand is zwak naar binnen gebogen.
In tegenstelling tot het gelobd halmuiltje heeft het donker halmuiltje
geen tandjes (eventueel korte en dunne) op de aders.
Dit is echter bij donkere exemplaren niet vast te stellen.
De rups, die te vinden is tot begin mei, voedt zich met grassen.
Rupsen verlaten de halm alleen om van halm te wisselen.
De platte kop van de rups kan de torax worden ingetrokken.
Dit helpt bij het voortbewegen in de bladscheden.
De rups overwintert.
Terug naar: